IK STOP ERMEE.

 

Na 28 jaar is het over. Vanaf ik het me kan herinneren zet ik me voor de volle 100 procent in op de tatami. Het is stap voor stap intenser geworden. Ik heb er onwijs van genoten. Ik had als kind alleen maar kunnen dromen van de prestaties die ik heb geleverd op diverse podia. Helaas ontbreekt een Olympische medaille op mijn palmares, maar omgaan met verlies hoort ook bij topsport. Met drie EK medailles waaronder goud, drie WK medailles en deelname aan drie Olympisch Spelen, kan je best tevreden zijn.

Elke dag in mijn leven stond in het teken van judo, niet alleen de trainingen(vaak twee keer per dag) maar ook het eten, slapen, de dagindeling en zelfs mijn ‘vrije’ weekenden.

Ik ben klaar met de ‘daily grind’. Wat ik ga missen? Een hele dag judoën, pot na pot, een wedstrijddag die ontzettend spannend verloopt. Soms een snelle ippon en soms een tergende en uitputtende golden score. Elke partij word dan gevolgd door de wandel naar de “rustplek”. Tijdens de wandel werd er alvast wat doorgesproken. Wat ging er goed? Wat was slecht? En wat MOET beter! Meestal was de rustplek de tafel van de fysio in de warming-up ruimte. De volgende tegenstander bespreken en analyseren met Maarten, gevolgd door de oogjes dicht en liggen op de tafel. Rust.

Maarten was altijd gretig en hongerig. De laatste jaren heb ik kunnen zien dat hij ook reageerde op de spanning en de strijd. In de “Competition Zone” stonden we samen klaar. Ik, bijna altijd met muziek, sokken en handschoenen aan. Maarten met zijn map en een frons op zijn blik, de ‘Maarten-blik’. Hij keek vaak naar het judo om ons heen, het kon mijn volgende tegenstander of een andere mede-Nederlander zijn. Maar wel altijd de focus op mij.

Een tik op m’n schouder van hem betekende koptelefoon af en instructies aanhoren. “HIJ GAAT ERAF!!”, dat heb ik vaak gehoord.

Spierpijn de volgende dag. Een dag wedstrijden staat gelijk aan onwijs veel spierpijn. Mijn hele lichaam schreeuwde au, maar je hoofd zei: “lekkere medaille, het is het waard”. Ik had vaak spierpijn in mijn nek, rug, hamstrings en onderarmen. Spierpijn zonder medaille bestaat ook, dat is zuur en zal ik het zeker niet missen(OS-2012). PIJN ken ik maar al te goed. Pijn aan je handen, knokkels en vingerkootjes, voor altijd zijn ze getekend door het gevecht, de kumi kata.

Trainingskampen. pfff…dat ga ik echt niet missen. Zeker Stayki niet, dat mag door de aarde worden opgeslokt. Of ‘Pork/Fish’ in Tsjechië, de saaiste plek on Earth! Zo saai dat ik de naam van dat trainingskamp ben vergeten. Of misschien heb ik het wel verdrongen. Maar Castell zal ik niet vergeten. Castell was altijd leuk. Eigenlijk veel te heet, maar wel lekker ontspannen naast het keiharde trainen. Een welkome afwisseling. De after-training-dip in de zee, patatas bravas, sangria, dat zijn leuke herinneringen.

Muziek (altijd van grote invloed) heeft een grote rol gespeeld in mijn carrière, een kleine greep uit de selectie:. Opgezwolle, James Brown, Major Lazer, Drake, Adje, The Opposites, The Partysquad, Jay-Z, Nas, Great Minds, Bommerig Mixtape, AC/DC, Lieve Hugo, De Jeugd Van Tegenwoordig, Fresku, Notorious BIG en Kanye.

En nu.. Tijd voor een andere witte jas. Mijn co-schappen staan op het punt te beginnen. Ik kijk  uit naar nieuwe avonturen. Ik hoop dat ze net zo intens en leuk zullen zijn als mijn judo carrière. Ik ga ervan genieten. Ik wil iedereen bedanken, maar met name: mijn ouders, Guillaume Elmont, Nalini Elmont-Radhakishun, mijn schoonouders, Maarten Arens, Ronald Joorse, Cor van der Geest, Herman Debrot en Jorden Bres.

Dex ‘The Comeback-Kid’ Elmont